Stappenplan voor als het niet melkt

20/10/2020

Op elk bedrijf komt het wel eens voor dat het plotseling niet melkt. De krachtvoergift is gelijk gebleven maar de productie daalt. Wel voeren en onvoldoende melkopbrengst kost geld. We willen dan de oorzaak zo snel mogelijk boven water hebben. Hieronder de stappen die gevolgd kunnen worden om de oorzaak van een productiedaling te achterhalen.

1. Kijk als eerste kritisch naar de gevoerde ruwvoeders in de silo’s

Komt er broei in voor, ruikt het wel fris, zijn er schimmelplekken of is er een groot verschil in het boven en onder gedeelte? Een kuilthermometer is een goed hulpmiddel om te controleren of er broei is. De temperatuur moet lager zijn dan 18 graden. Iets anders om te controleren is, of dat wat je ziet, overeen komt met de kuil- analyse. Is de kuil niet droger of natter of veel beter of moeilijker verteerbaar dan wat de analyse aangeeft?

2. Kijk aan het voerhek naar de koeien

Hoe is de pensvulling, wordt er geselecteerd, is er (veel) restvoer en wat zit er in het restvoer, kijk of lengte delen van hetvoer op elkaar zijn afgestemd, check smaak en geur. Lange delen graskuil en fijn gehakselde snijmais geven meer kans op selectie als wanneer de lengte van de voerdeeltjes dichter bij elkaar liggen. De samenstelling van het restvoer mag niet teveel afwijken van wat er origineel is gevoerd. Meet ook de voertemperatuur aan het voerhek. Met een schudbox is hier meer inzicht in te krijgen. Gebruik eventueel een broeiremmer door het voer.

3. Controleer altijd de ruwvoeropname, dat is de basis

Bepaal of bereken op basis van wat er wordt gevoerd wat er netto aan het voerhek wordt opgenomen (dus voer – restvoer).

4. Was is het energieniveau aan het voerhek, hoeveel melk kan er worden geproduceerd uit de basis?

Dit is als volgt gemakkelijk te bepalen ; als je de netto drogestof opname per koe weet, dan zou een koe per opgenomen kilo drogestof minimaal 1 liter uit ruwvoeder moeten produceren. Of dit ook zo is, is te berekenen door de gemiddelde dagproductie van de veestapel te verminderen met de gemiddelde krachtvoergift maal 2 (1 kg krachtvoer = 2 kg melk). Vochtige voeders zijn ook krachtvoer, dus omrekenen naar drogestof krachtvoer. Stel de verwachte jaarproductie van de veestapel is 9000 kg, dan moet de gemiddelde dagproductie 9000/305 dagen =29,5 kg melk per dag zijn. Stel er wordt gemiddeld 7 kg krachtvoer(achtigen) per koe per dag gevoerd wordt, dan is de productie uit krachtvoer 14 kg melk. Er moet dan nog 15,5 kg melk uit het ruwvoer worden geproduceerd, oftewel de koeien moeten minimaal 15,5 kg drogestof aan ruwvoeders met minimaal 900 VEM netto opnemen. Produceren koeien geen 15,5 liter uit het gevoerde ruwvoer, dan ligt daar de oorzaak. Een te lage voer- of energie opname uit ruwvoeders is een veel voorkomende oorzaak van een te lage melkproductie. Problemen als broei, geur, smaak, te weinig aanschuiven, selectie of hittestress zijn een veel voorkomende oorzaak van een te lage opname en/of verlies aan voederwaarde.

5. Hoe is de mest van de koeien, dik/dun, goed of slecht verteerd

Zeef eens mest, (maak een mengmonster van meerdere koeien), doe dat in melkpoederbeker en zeef het uit). Maximaal 1/3 deel mag over blijven na resten terug te drukken in de beker. Veel onverteerde delen duidt op een onjuiste penswerking. Te dunne mest geeft aan dat het voer te snel doorstroomt of dat de pens ontregeld is (pensverzuring). Bij dikke mest gaat de vertering te traag. Lichte mest kan duiden op een eiwittekort. Een professionele mestzeef geeft een beter inzicht.

6. Bestudeer de melkcontrole uitslag en kijk in welke fase gaat het goed of niet goed

Als de oudmelkte koeien het niet ook niet doen, dan is de kans groot dat de basis niet goed is. Als verse koeien het niet doen, dan ligt de oorzaak mogelijk meer in een foutieve droogstand/opstart, of er is niet het juiste aanvullende krachtvoer gekozen. Bij een eiwittekort in de basis, zakken de oudere koeien en oudmelkte het eerst. Als het melkeiwitgehalte samen met het melkureum te laag is, dan is er vaak een eiwittekort.

7. Kijk de melkleveranties eens na, zoek uit vanaf wanneer de koeien een daling hebben ingezet

Was dat tijdens periodes van heet weer, hebben koeien last van hittestress gehad? Zoek uit was er is gewijzigd op het moment dat de daling is begonnen. Denk daarbij ook aan rantsoen wijzigingen, enting van dieren, ziekte of storing voercomputer.

8. Bedrijven die in de zomer de krachtvoergift hebben gedrukt, hebben daar soms in de winter de naweeën van

Bepaal hoeveel krachtvoer per 100 kg melk de laatste tijd werkelijk is gevoerd. Als koeien in de zomer conditie verliezen, moet dat er in de stalperiode eerst weer bij, voordat de productie weer op peil komt. Pas daarom in de nazomer tijdig het rantsoen en de krachtvoergift aan en zorg dat het rantsoen voldoende bestendig zetmeel bevat, zodat ook op darmniveau voldoende energie wordt verstrekt.

9. Kijk of er restvoer is in de voercomputer en controleer hoe snel en hoe hoog de koeien worden opgebouwd

Bij snel verteerbaar ruwvoer moet er minder snel worden opgebouwd of dient er wat rustiger krachtvoer gebruikt worden. Controleer de instellingen en voerschema’s. Staat de voercomputer op winterstand of zomerstand? Als de productie achter blijft, deel dan het gewicht van het mengvoer in de krachtvoersilo door het aantal dagen dat er van is gevoerd en vergelijk de werkelijke gift met wat de voercomputer aan geeft. Het is belangrijk dat krachtvoerstations regelmatig worden gekalibreerd, omdat het gewicht van krachtvoer per volume eenheid ook wijzigt.

10. Bij weidegang, hebben koeien minder de tijd om hun toegekende portie in het krachtvoerstation op te nemen

Dat betekent, dat er in de zomer grotere porties per keer moeten worden toegekend of de toegang verruimd. Haal spertijden er dan ook uit. Kijk of er, op momenten dat koeien binnen zijn, voldoende capaciteit op de voerboxen is. Weidegras kan door weersinvloeden grote wijzigingen geven in opname en kwaliteit.

11. Check de weeginrichting van de mengwagen of doseerwagen

Ook deze kan afwijkingen geven. Kijk eens of deze uw eigen gewicht goed weergeeft of zet er iets in of op waarvan het gewicht bekend is. Dealers kunnen de weeginrichting eventueel ijken.

12. Het niet tijdig drachtig krijgen van koeien kan een oorzaak zijn van een te lage productie

Als een bedrijf gemiddeld 10 dagen uitloopt met de tussenkalftijd, kan de gemiddelde dagproductie zo maar een liter lager worden. Vaak kost dit twee maal geld, ten eerste geeft dat direct een te lage melkopbrengst, maar deze koeien worden door hun te lange lactatie ook vaak te vet, waardoor ze niet alleen meer kans hebben op afkalfproblemen, maar ook vaak de volgende lactatie het niet doen. Na een hitte(stress) periode zien we vaak problemen met de vruchtbaarheid. Door tijdig koelings- en voedingsmaatregelen te treffen kunnen veel kosten worden bespaard. Zo kunnen door het bijvoeren van pensbestendig vet bij hitte veel problemen later voorkomen worden. Daarnaast is voor de vruchtbaarheid steeds een goede mineralen- en sporenelementen voorziening belangrijk, naast een goed transitie management.

13. Goede en voldoende beschikbaarheid van schoon en fris drinkwater is een vereiste voor een goede productie, ruwvoer opname en vertering

Het regelmatig schoonmaken van waterbakken en het water uit de drinkbak eens laten analyseren in een lab, kan veel problemen voorkomen of oplossen. We kunnen vrij goed bepalen wat een koe vreet, wat wateropname betreft zijn er nog maar weinig bedrijven die dat kunnen bijhouden. Een te lage wateropname kost direct ook melkproductie.

Vragen? Wij adviseren u graag!

Heeft u vragen over bovenstaand stappenplan? Frens Hoeve, Accountmanager bij Speerstra Feed Ingredients helpt u graag. Mail gerust naar mail@speerstra.com of neem telefonisch contact met ons op.

Download het stappenplan hier.

Inschrijven nieuwsbrief

Blijf geïnformeerd om het beste uit uw bedrijf te halen
Nieuwsbrief

Onze merken