white figure

Waarom pensbestendige vetzuren voeren aan geiten

Er zijn verschillende soorten pensbestendige vetten maar welke is nou het beste voor een geit? De grootste verschillen tussen pensbestendige vetzuren ontstaan tijdens het productieproces, maar ook de bron van het vet kan een verschil maken. In het algemeen kan men een opdeling maken tussen gefractioneerd vet (vetzuren worden op smeltpunt van elkaar gescheiden), gehydrogeneerd vet (onverzadigde vetzuren worden door middel van een chemisch proces verzadigd gemaakt) en calciumzepen (de onverzadigde vetzuren worden gebonden aan calciumhydroxide, waardoor het een zeep wordt).

De verschillende productiemethodes en bronnen hebben invloed op de samenstelling van de verschillende vetzuren waar het pensbestendige vet uit bestaat. Dit zijn voornamelijk de verzadigde vetzuren C16:0, C18:0 en de onverzadigde vetzuren C18:1, C18:2 & C18:3. Hoe hoger het cijfer achter de dubbele punt, des te slechter de pensbestendigheid is van deze vetzuren. Onverzadigde vetzuren zullen in de pens voor een groot deel gebiohydrogeneerd worden naar C18:0. Dit is echter afhankelijk van het productieproces (ingekapseld of verzeept). Op deze wijze kunnen ze de darmen wel bereiken.

Wat kan een geit met pensbestendige vetzuren

Maar wat kan een geit met pensbestendige vetzuren? Deze vetzuren passeren de pens en komen in de darmen terecht waar een geit de vetzuren kan omzetten in melkvet, lichaamsgewicht of productie. Uit verschillende onderzoeken is naar voren gekomen dat C16:0 het meeste effect heeft op de melkvet en de melkproductie van een geit. C18:1 heeft als voordeel ook effect te hebben op lichaamsgewicht en stimuleert de vertering van andere vetzuren in de darm. C18:0 vetzuren verlagen juist de voeropname en reduceren de vertering van andere vetzuren (Boerman et al. 2015. J. Dairy Sci . 98:8889 8903).

Dus afhankelijk van de lactatiedagen en het doel, horen daar de juiste vetzuren bij. Op het moment dat een geit net gelammerd heeft en zich in de negatieve energie balans bevindt, is het aantrekkelijk om juist meer C18:1 vetzuren te voeren. Een geit kan dit specifieke vetzuur makkelijk inbouwen naar lichaamsgewicht. Echter is het dus belangrijk om het in een pensbestendige vorm te voeren. Dit kan bijvoorbeeld met de BergaFat T-300 die iets meer C18:1 bevat.

Geiten die uit de negatieve energiebalans zijn en waarbij er wordt gestuurd op extra melkproductie en melkvetgehalten, wordt geadviseerd om hoog een aandeel C16:0 gevoerd te worden. Daarnaast worden de oudmelkte geiten persistenter bij het voeren van C16:0 vetzuren. Bij het voeren van meer C16:0, kan verwacht worden dat ze de insulineconcentratie in het bloed verlagen. Een lagere insuline concentratie zal de opslag van energie in het lichaam en vervetting verminderen. Van deze energie (die niet gebruikt wordt voor opslag en vervetting) kan verwacht worden dat deze de melkproductie en lactatiepersistentie stimuleert. Bij succesvol duurmelken sluiten pensbestendige vetten met een hoog aandeel C16:0 het beste aan.

BergaFat F-100 / T-300

Bergafat F-100 is een gefractioneerd vet, dat naast een hoog gehalte aan palmitinezuur (C16:0) een klein aandeel oliezuur (C18:1) bevat. Uit onderzoek blijkt, dat deze hoeveelheid C18:1 ervoor zorgt, dat de vertering van de overige vetzuren in het rantsoen verbetert. De C16:0 uit BergaFat heeft dus voornamelijk effect op de melkproductie (kilogrammen en gehalten) en stimuleert lactatiepersistentie.

Wanneer inzetten?

  • Als u de melkproductie en het melkvetgehalte wilt verhogen.
  • Tijdens hittestress.
  • Bij een energietekort in het rantsoen.
  • Als extra vet of energie in het rantsoen wenselijk is.
  • Verlengen duurmelken

BergaFat T-300 is ook een gefractioneerd vet. Dat naast een grote hoeveelheid C16:0 een groter aandeel C18:1 bevat in de vorm van triglyceriden. Hierdoor kan een geit dit vet makkelijker omzetten in lichaamsgewicht. Geiten hebben hier voornamelijk profijt van vlak na het aflammeren.

Wanneer inzetten?

  • Als u de melkproductie en het melkvetgehalte wilt verhogen.
  • Tijdens hittestress.
  • Bij een energietekort in het rantsoen.
  • Als extra vet of energie in het rantsoen wenselijk is.
  • Tijdens de negatieve energiebalans

Hittestress

BergaFat is door de hoge energieconcentratie uitermate geschikt om tijdens hittestress toe te passen in het rantsoen. De hoge energiedichtheid compenseert gedeeltelijk de verminderde voederopname. Dit is met name nodig in perioden dat geiten minder droge stof opnemen, zoals rondom lammeren of bij hittestress. Het verteren van pensbestendige vetten geeft een geit geen extra fermentatiewarmte vanuit de pens. Hierdoor worden deze vetten ook wel een ‘’koude energie bron’’ genoemd. Een geit heeft energie nodig voor lichaamsonderhoud; voor de productie van melk, vet en eiwit en voor dracht of groei van de vrucht.

Voor meer informatie over pensbestendige vetten, kunt u contact opnemen met Speerstra Feed Ingredients.


    Advies nodig?
    Wij helpen u graag!

    Bel of mail mij terug


    white figure
    Contactformulier


      Advies nodig?
      Wij helpen u graag!

      Bel of mail mij terug


      Onze merken