Ketose bij koeien komt vooral voor rondom het afkalven. In deze periode verandert de energievraag razendsnel, terwijl de voeropname juist daalt. Het gevolg kan een negatieve energiebalans zijn, met vervetting van de lever en verhoogde ketonenwaarden in het bloed.
Een gerichte aanpak in de transitieperiode is daarom cruciaal.
Wat is ketose bij koeien?
Ketose bij koeien ontstaat wanneer het dier meer energie verbruikt dan via het rantsoen wordt opgenomen. Dit noemen we een negatieve energiebalans (NEB).
In de laatste maand voor afkalven:
- Groeit het kalf tot wel 60% van het geboortegewicht
- Daalt de drogestofopname
- Stijgt de energiebehoefte sterk
- Wanneer de koe onvoldoende glucose beschikbaar heeft, gaat ze lichaamsvet mobiliseren.
Het vet van de rug en de vervette lever
Bij negatieve energiebalans spreekt men vaak over “het vet van de rug”. Het vrijgekomen lichaamsvet wordt in de lever omgezet naar energie.
Dit is een natuurlijk proces.
Maar wanneer de vetmobilisatie te groot wordt:
- Stapelt vet zich op in de lever
- Ontstaat leververvetting
- Worden ketonen gevormd
Een hoge concentratie ketonen in het bloed leidt tot het ziektebeeld ketose bij koeien (ook wel slepende melkziekte genoemd).
Gevolgen kunnen zijn:
- Sloomheid
- Lagere voeropname
- Minder melkproductie
- Verhoogd risico op secundaire aandoeningen
Waarom is de lever zo belangrijk?
De lever is een sleutelfactor in de energievoorziening.
Fermentatiezuren uit de pens worden in de lever omgezet naar glucose.
Glucose is nodig voor:
- Lactosevorming
- Melkproductie
- Weerstand
- Herstel na afkalven
Wanneer de lever vervet is, functioneert deze minder efficiënt. Dit beïnvloedt de energiestatus én het afweersysteem van de koe.