C16:0 de drijvende factor van het melkvetpercentage!
Dit is pas VET!

Pensbestendig vet is op dit moment onder melkveehouders een veel besproken onderwerp.   

 

Maar waarom eigenlijk? Hiervoor zijn meerdere redenen:

 

  • Vet heeft een hoge energiewaarde. Door vet te voeren ondersteun je de energiebehoefte, in het bijzonder hoogproductieve koeien hebben heel veel energie nodig voor productie. Op de langere termijn draagt dit bij aan een betere vruchtbaarheid van de koeien.
  • Tijdens hittestress is het lastig om de DS-opname door koeien goed te houden. Vet verdicht het energieniveau van het rantsoen. Koeien krijgen op deze manier met minder kg DS toch de benodigde energie binnen. Daarnaast komt bij de metabole omzetting van vet in de koe weinig warmte vrij, wat gunstig is.
  • In vers gras zit een hoog aandeel onverzadigde vetzuren. Onverzadigde vetzuren zijn de primaire oorzaak dat, bij het verstrekken van vers gras, vrijwel altijd een daling in het melkvetgehalte optreedt. Door vet te voeren kan deze vetdaling in de melk deels worden tegengegaan.
  • Vet bevat zowel geen stikstof (N) als fosfaat (P2O5). Hierdoor is het een interessant product in het kader van de Kringloopwijzer.

 

Maar welk vetproduct moet u als melkveehouder nu voeren? Het verzadigde vetzuur C16:0 is het meest voorkomende vetzuur in melkvet. En juist dit vetzuur zit in een veel hogere concentratie in BergaFat F100 t.o.v. de meeste andere producten in de markt. Het is wetenschappelijk aangetoond dat C16:0 vetzuren beter werken op het verhogen van het melkvetpercentage. Daarnaast zal een klein gedeelte aan C18:1 zorgen voor een betere algehele vetvertering.

Ook uit het onderzoek van Rico et. Al.  uit 2014, gepubliceerd in het Journal of Dairy Sciences, blijkt dat er significant verschil in melkvetgehalte (%) evenals de totale melkvetproductie (kg/dag) te zien is tussen C16:0 en C18:0 vetzuren. Onderstaand de resultaten.

 

                                                Behandeling                      Behandeling

ITEM                                     C16:0     C18:0                    SEM1       P- waarde

D.S. opname (kg/d)             32,1       32,3                        0,44        0,39

Melk (kg/d)                          46,6       45,8                        2,02         0,22

ECM2 (kg/d)                          47,7       46,1                        1,63         <0,01

Eiwit (kg/d)                          1,50       1,49                        0,05         0,7

Lactose (kg/d)                    2,22       2,18                        0,1           0,24

Gewicht (kg)                        720         723                       13,6         0,12

Conditiescore                      2,93       2,99                        0,11        0,11

 

  

Het toevoegen van C16:0 in vergelijking met C18:0 (2% van DS in rantsoen)

-Verhoogd melkvetproductie (90 gr/ dag)

- Verhoogd FCM (1.90 kg/ dag)

- Verhoogde voerefficiëntie (0.08 kg/dag)

 

De respons was onafhankelijk van het productieniveau.

 

De conclusie is dan ook dat producten met een hoge concentratie C16:0 vetzuren en een deel C18:1, zoals BergaFat F100, echt de melkvetproductie stimuleren.  Dat is pas VET!

 

[1] SEM = standaardfout van het gemiddelde

[2] ECM = Energy corrected milk

 

 

Meer informatie over BergaFat